Actueel

Foto's © provincie Zuid-Holland

674 km Ecologisch maaien voor de aannemer op tekening gezet

13 november 2019

Voor projectleider Joost Smits is het glashelder dat ecologisch bermbeheer nodig en goed uitvoerbaar is. In Nature Today legt hij uit hoe bij de provincie Zuid-Holland de bermen in 2 jaar tijd een totaal ander aanzien kregen met een veel grotere ecologische waarde. De maaitekeningen zijn daarbij een handig gebleken hulpmiddel én voor het succes doorslaggevend. Het maakt de communicatie met de aannemers die het maaibeleid uitvoeren vele malen eenvoudiger. Praktijkervaringen die vragen om actie of aanpassing, zijn snel aan de kaarten te koppelen.

Dit is wat Joost Smits over de vergroting van de biodiversiteit zegt:

Op ander moment maaien

“Voorheen maaiden we alles in één keer weg, nu maaien we afgestemd op de bloeiperiode. Dat is een grote winst: we creëren in één klap meer leefgebied en voedsel voor insecten. Een goede kwaliteit berm bloeit lang – die heeft een lange bloeiboog: de berm bloeit dan vanaf het voorjaar tot in de zomer en het najaar, zodat insecten daar de hele periode van kunnen leven. Dan heb je veel verschillende soorten planten nodig die allemaal op een ander tijdstip bloeien. Ook wachten we met maaien tot de bloemen zijn uitgebloeid, zodat de zaden kunnen uitvallen. Je moet de natuur de kans geven om zichzelf te verbeteren.”

Provincie Zuid-Holland nodigt gemeenten, waterschappen en terreinbeheerders uit om mee te doen:

“Dat kunnen we niet alleen: provinciale wegen lossen maar deel van het probleem van de insectensterfte op. Hoe meer mensen meedoen, hoe groter het netwerk van bloeiende gebieden in het landschap. Daarom vragen we hulp aan de gemeenten en terreinbeheerders. Wie interesse heeft om deze aanpak voor de omschakeling naar ecologisch beheer in het eigen gebied toe te passen, bieden we alle producten aan die wij in dit proces gemaakt hebben, van beleid tot zaaimengsels."

Het hele artikel staat op Nature Today, Bermen bloeien op met nieuw maaibeleid: https://tinyurl.com/v82zgfs

 

 

Foto © Henny Radstaak

Sonne Copijn strijdt tegen 'bloemarmoede'.

november 2019

Sonne Copijn heeft de Heijmans en Thijsse prijs gekregen. In het interview met Vroege Vogels doet zij uitspraken over het niet concurreren van wilde bij en honing bij. Een gebrek aan bloemen is de essentie.

Van de wilde bijen zegt zij in het radiofragment dat deze niet op eenjarigen vliegen maar juist op inheems meerjarig, en dat de paardenbloem hun favoriet is. Sonne is zelf imker en legt haar werkwijze uit; zij opent na de belangstelling voor de honingbij het verhaal over de wilde bij. De conclusie van de verslaggever na haar verhaal is "Dus we moeten gaan zaaien, juist de meerjarige soorten."

Met haar Bee Foundation deelt Sonne Copijn zaden uit van bomen die het goed doen voor insecten. Veldesdoorn, wilde appel, zij wil iedereen de kans geven bomen te zaaien. "Een boom is een 3 D voedselveld voor insecten." Zij wil de bomen die iedereen in een potje op z'n balkon kan opkweken, over 2 jaar opplanten in een klimaatbos.

Haar eindtekst:  "We kunnen het weer laten bloeien. En zoemen. Het kan!"

www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/sonne-copijn-strijdt-tegen-bloemarmoede

Ecologisch verantwoorde zaden van lokale herkomst komen bij voorkeur uit gebied A, eventueel B.

De gebiedseigen zadenmengsels van Biodivers zijn van Nederlandse of zelfs Regionale Herkomst.

 

Kiezen voor gebiedseigen zaden

Oktober 2019

We hebben weer genoten van gesprekken en ontmoetingen met oude en nieuwe bekenden op de Vakbeurs Openbare ruimte. En er was nieuws:

Het thema Kiezen voor gebiedseigen zaden is letterlijk op de kaart gezet. Professor Joop Schaminee van de Radboud Universiteit van Nijmegen en voorzitter van het Levend Archief heeft in zijn lezing op de Vakbeurs DVOR in de Jaarbeurs in Utrecht de Samenwerkende Kwekers van het Levend Archief bekend gemaakt.

Prof. Joop Schaminee riep op te kiezen voor planten van hier: wilde planten die naar floradistrict, bodem én kweek-of oogstlocatie passend zijn, waarmee we het doel bereiken dat we allemaal voor ogen hebben, toename van de insectenrijkdom en biodiversiteit.

Ook Arie Koster (bovenste foto 2e van links) kent het belang van planten van eigen bodem, hij is bekend van vele onderzoeken, lezingen en boeken over de relatie tussen honingbijen, wilde bijen en de planten die zij nodig hebben.

Inheemse zaden die uit China komen, kun je die nog wel inheems noemen?

Uitdeelacties van zaden zijn populair, maar wat verspreiden we daarmee eigenlijk? Zaad wordt overal ter wereld vermeerderd, tot in Zuidoost Azie. Enthousiaste inzaaiacties belanden goedbedoeld in tuinen en plantsoenen. De tijdsklok van vlinders, wilde bijen en andere insecten is echter afgestemd op wat hier van nature past en wat hier is opgeroeid.

Eikenprocessierups bestrijding (EPR)

Dat geldt niet alleen voor de samenhang tussen zaden en insecten maar ook voor de relatie van plantgoed met vogels. Bij de bestrijding van de eikenprocessierups geeft een integrale aanpak van begroeiing in verschillende hoogtes, van inzaaien tot en met bomen, gewenste resultaten: in zo'n sterk verbeterd biotoop nestelen steeds meer vogels die de eikenprocessierups eten en zich dankzij de bloem- en bessenrijke onderbegroeiing ook de rest van het jaar kunnen voeden.

Meer bijdragen aan biodiversiteit

Biodivers® zet zich al jarenlang in voor het grootschalig beschikbaar maken van een ruim sortiment inheemse wilde planten zaden van autochtone herkomst om inheemse soortenrijke vegetaties in Nederland te kunnen uitbreiden of herintroduceren. Het bedrijf werd hiertoe in 1994 vanuit Staatsbosbeheer opgericht en wordt geleid door ervaren terreinbeheerders.

Met expertise wordt geoogst, de rijkdom van natuurgebieden in stand gehouden en kennis over authentieke akkers en bloemrijke dijken gedeeld.

Veel toegepaste zadenmengsels sluiten niet goed aan bij onze Nederlandse fauna doordat ze afkomstig zijn uit andere werelddelen of verzameld en geteeld worden in bijvoorbeeld  Oost- en Zuid Europa. Biodivers werkt met vele organisaties binnen Het Levend Archief aan de grootschalige beschikbaarheid van inheemse plantenzaden met een controleerbare lokale herkomst  die goed aansluiten bij onze lokale flora en daarmee meer bijdragen aan de biodiversiteit. (Voornamelijk gebied A & B op de kaart).

Juli 2019: Schapen van de dijk gehaald en maaiwerk uitgesteld om gewasschade te voorkomen. (Foto Cyril Liebrand)

 

Op hellingen is het effect van de droogte groot, de temperatuur loopt er hoger op. (Foto Biodivers Peter de Groot)

Droogte bedreigt bermen en dijken_Biodivers.nl Actueel

Verdroging zuid taluds: Oude IJssel (sterk zandige dijken): 8 oktober 2018. (Foto: Eureco, Cyril Liebrand)

 

Maaibeurt bij grote hitte uitgesteld

Juli 2019

Boeren, aannemers en groenbeheerders zagen af van maaien half juli vanwege de hitte. Bij droogte is de vegetatiezode van bijvoorbeeld dijken en taluds, maar ook van hooilanden op veen extra kwetsbaar voor beschadigingen. Oppervlakkig wortelende planten, plantrozetten en grassen zijn dan minder goed verankerd en raken los door bewerkingen. Vooral tijdens bewerkingen, waarbij het gemaaide gewas bijeen wordt geharkt en opgeraapt.

Schapen van de dijk

Begrazing door schapen gaf vorig jaar op een aantal locaties eveneens veel schade. In Gelderland werden alle schapen dit jaar voor aanvang van de hitteweek van de dijk gehaald. Het begrazingsverbod geldt nog zeker enige weken, totdat er weer voldoende regen is gevallen.

Vegetatie raakt los

De harkbeweging door heel droge grond maakt dat vooral grassen en meerjarige plantensoorten beschadigingen oplopen en/of ontworteld raken. Wie maait op dijken of hellingen weet dat aangezien de zon daar loodrecht op schijnt, de temperatuur er nog veel meer oploopt, met nog meer uitdrogingsgevaar voor planten. In een te droge periode maaien geeft kans op stevige schade aan de vegetatie; daar waar grassen en meerjarigen uitvallen, wordt hun plaats ingenomen door ongewenste pioniers.

Biotoop weggevaagd

Het probleem van maaien in een zeer warme periode is niet alleen dat de aanwezige begroeiing  als voedselbron wordt verwijderd, maar ook dat het bermbiotoop met de hierin voorkomende insecten nog extremer wordt t.a.v. de dagtemperatuur. De bescherming van hoger, koeler gewas valt weg en ook de temperaturen ín de bodem lopen hoger op. Het maakt het voor insecten moeilijk de hitte te overleven.

Schade wordt een jaar later zichtbaar

In 2017 en 2018 was de schade aan bermen, dijken en graslanden die wel op warme dagen gemaaid werden, aan het eind van het seizoen en het jaar erop te zien. Er ontstonden open plekken, de begroeiing was niet langer bodem bedekkend. Dijken, taluds en hooilanden gingen kaler de winter in, met grote plekken verdroogd gras. Het jaar erop blijken deze plekken opgevuld te worden door eenjarige pioniersplanten, bepaald geen blijvers met toekomst. De grote vraag is dan ook, wat er het jaar erop zal groeien. Hier wordt doorlopend onderzoek naar gedaan.

Kruidenrijke graslanden langer groen

In tijden van droogte blijven kruidenrijke graslanden groen vanwege een betere beworteling van de bodem door graslandplanten. Percelen met alleen raaigras herstellen minder snel of laten meer open plekken achter.

Bij voorkeur wachten of tenminste 8-10 cm laten staan

Als er toch gemaaid moet worden, bv. vanwege verkeersveiligheid: zo hoog mogelijk maaien, minimaal 8 – 10 cm, zodat de rozetten van de planten onbeschadigd blijven en de bodem redelijk beschermd blijft.

 

Stel-bij=grote-hitte-maaibeurt-uit--Biodivers.nl-Actueel

Voorjaar 2019: de verdroogde plekken worden opgevuld door ongewenste eenjarige pioniersplanten.

 

Dijkhelling met meerjarige dieper wortelende kruiden en grassen.

Herstel: een meerjarig graskruidenmengsel in de periode september - oktober doorzaaien,  geeft hergroei voor de komende jaren.

Soortenrijke bloemdijk: voedselbron voor insecten, aantrekkelijk voor bewoners en reageert goed op aanhoudende droogte

Aanbevelingen voor klimaatbestendige dijken, taluds en bermen met zuid expositie

Bron: Bloemdijken van Nederland, klimaatbestendige dijken, auteur Cyril Liebrand. www.zodenaandedijk.com    EurECO ecologisch onderzoek en advies.

Situatie in de nazomer van 2018

Een ronde langs veel dijken direct na de droge periode leerde dat met name de zuidtaluds van zandige dijken het zwaar te verduren hadden gehad. Her en der waren vele vierkante meters grote open plekken ontstaan waarin de vegetatie geheel was afgestorven. Maar her en der had de vegetatie het toch overleefd, ook op zuidtaluds op zandige dijken.
Vooral Rood zwenkgras, een grassoort die op veel zandige dijken dominant is, bleek te zijn uitgevallen terwijl dieper wortelende grassoorten als Rietzwenkgras en Glanshaver de droogte veel beter hadden doorstaan. Ook veel dieper wortelende soorten kruiden bleken de droogte te hebben overleefd.
Al snel na de eerste regenbui na de droge periode bleken er veel kiemplanten op te komen. Blijkbaar lagen de open plekken vol met zaden. Opvallende soorten waren Zachte en Kleine ooievaarsbek, Reigersbek en Smalle weegbree, maar ook Jakobskruiskruid.

Uitgangspunt in 2019
In het voorjaar groeiden de in de nazomer van 2018 ontkiemde plantensoorten in snel tempo uit en begon de bloei al vroeg. Op veel plekken was de bloei massaal: veel bloemen maar wel maar van één of slechts enkele soorten. Ook enkele eenjarige grassoorten grepen hun kans, onder meer Zachte dravik.
Een aantal snel opgekomen soorten is eenjarig. Dat wil zeggen dat ze snel tot bloei en zaadzetting komen maar daarna ook snel afsterven. Hierdoor ontstaan er opnieuw open plekken waarin versneld kieming en vestiging van nieuwe planensoorten kan plaatsvinden. Maar ook plekken die gewoon open blijven omdat zaden ontbreken of de grond te droog is voor kieming.
De grasbekleding op zandige zuidtaluds kan duurzaam worden hersteld door een zadenmengsel in te brengen dat gras- en kruidensoorten bevat die zijn aangepast aan de droge omstandigheden op deze taluds.

Maatregelen in 2018
Tijdens de droge periode in 2018 ontstond al snel het besef dat de dijken zoveel mogelijk met rust dienden te worden gelaten, dus niet maaien en niet beweiden tijdens de droogte. Ook direct na de droogte, toen de resterende vegetatie weer begon te groeien diende terughoudend te werk te worden gegaan met maaien en beweiden: zoveel herstel voor de winter was het devies.
Verschillende waterschappen besloten om zo snel mogelijk te gaan doorzaaien in een poging om toch nog iets van een grasmat te krijgen voordat de winterperiode aanbrak. De doorzaai had een wisselend succes: soms pakte het positief uit maar vaak legden de jonge planten het toch weer af toen weer enige droogte optrad.

Echter september 2018 was geen normale septembermaand. Normaliter is de bodemtemperatuur hoog maar begint het ook af en toe te regen in september. Die regen bleef in 2018 uit, vandaar dat veel recent ingezaaide en gekiemde grassen en kruiden het niet hebben gered. Gewoonlijk is zaaien in het najaar, in september-oktober, juist aan te bevelen.

Wat te doen om herhaling van 2018 te voorkomen?
In juli en augustus is in het algemeen de kans op hoge temperaturen en langdurige droogte het grootst. Voorkomen dient te worden dat in deze maanden de vegetatie zo kort is dat het zonlicht de bodem kan bereiken wat leidt tot sterke verdroging van de leeflaag waarvan de plantengroei afhankelijk is.
Een grasbekleding met een hoge biomassaproductie en een lage soortenrijkdom kan het beste worden gemaaid in de eerste helft van mei. In juli en augustus staat er dan weer een gewas dat bestand is tegen verdroging.

Een grasbekleding met een matige of lage biomassaproductie en een hoge(re) soortenrijkdom kan het beste pas worden gemaaid nadat zoveel mogelijk gras- en kruidensoorten hebben gebloeid en zaden hebben gemaakt. Als vervolgens een aantal soorten het zwaar krijgt is er altijd een zaadvoorraad beschikbaar van waaruit de grasbekleding zich kan herstellen.